Geschiedenis

De Airedale ontstond aan het einde van de 19de eeuw in het Engelse graafschap Yorkshire, hij is dus een vurige Engelsman uit het hoge noorden, een tijdgenoot van Shakespeare, die danst op zijn vier benen en waarvan de ogen vuur schieten.

Men neemt aan dat dit ras, is voortgekomen uit de Engelse Terriër en de Otterhound. Maar alle hondentypes die dit ras gemaakt hebben, stonden zeker al op hun poten te dansen in de vroegere tijden van Elizabeth I en Henri VIII. De vele kleine terriërs en de grotere hounds die samen galoppeerden in de dolle jachtpartijen van toen. Oorspronkelijk werden ze gefokt voor de jacht op otters.

Een wonderlijke combinatie, die Airedale terriër, een gelukkig samengaan van bijna tegenstrijdige helften. Want een echte terriër is uiteraard klein. Hoogbenig of laagbenig, doet er niet toe, hij moest passen. Dus het echte aardewerk was niet voor de Airedale. De oude Engelse auteurs beweren wel dat het oorspronkelijk werk van de terriër het vernietigen van ratten, wezels, wilde katten, marters en alle weerbare prooidieren, die vroeger toen er minder gecultiveerde landbouwgronden en evenmin pesticiden waren.
In zijn Terriërboek van 1894 vertelt Rawdon Lee, dat er al 50 jaar lang in Yorkshire in de vallei van de Aire (zie foto) en langs nog een paar andere visrijke riviertjes uit de buurt een grote terriër te vinden is die goed zwemt, jaagt, doodt en daarbij nog een vriendelijk karakter heeft. Ze waren te vinden bij jachtopzieners bij gewone jagers, ze bewaakten het erf en hielden het schoon van ongedierte, men vond ze ginder overal.
Vroeger leken ze veel meer op een hound dan op een terriër, hun lichaam was zwaarder en ze hadden logge, lange houndoren. Nu zijn ze fel verbeterd, het oor is kleiner geworden en netjes gevouwen. Ze zien nu uit als een knappe terriër.