Verzorging

Wat de dagelijkse verzorging van zijn uiterlijk betreft, maakt de Airedale terriër het zijn baas niet bijster moeilijk. Het grootste deel van het jaar is een dagelijkse borstelbeurt met een stevige kortharige borstel of borstelhandschoen ruimschoots voldoende om eventuele losse haren te verwijderen en de huidstofwisseling te activeren. Dit borstelen geschiedt altijd met de richting van de haren mee, dus van het hoofd naar de staart en op de benen van boven naar beneden. De borstels wast u regelmatig uit in water met een scheutje ammoniak, de handschoen wordt stevig uitgeklopt. Kammen beperkt u tot een minimum, daar u met kammen te veel haar, vooral onderhaar uit de vacht trekt. Waar voor iedere uitgetrokken haar een nieuwe in de plaats komt, ontstaat op die manier een vacht, die zowel rijp(=dood)haar als nieuw haar bevat, waardoor het trimmen zeer bemoeilijkt wordt. Daarom beperkt u er zich zoveel mogelijk toe met een grove, stomptandige kam alleen de baard uit te kammen en de beharing op de benen uit te klit te houden. Wassen zal bij een Airedale zelden nodig blijken, tenzij hij kans heeft gezien zich in een hoop visafval of op het een of andere dierlijken te wentelen. Gebruik in dat geval een goede hondezeep, zoals die voor de mens in de handel wordt gebracht, maar onder geen beding een synthetisch wasmiddel, wat de fabrikant daarvan ook beweren mag. Spoel alle zeepresten met ruim water weg, droog de hond flink af met een ruwe badhanddoek en houdt hem, om alle gevaar uit te sluiten, nog tenminste een uur binnen in een warm en tochtvrij vertrek.

Na de dagelijkse borstelbeurt maakt u de ogen schoon met een zindelijk doekje. Als u dat niet geregeld doet, zet zich de normale afscheiding vaak vast in de hoeken en vormt daar korsten. Na de ogen komen de oren aan de beurt. Deze kunt u reinigen met een vochtig oorsponsje waarna u ze zorgvuldig droog maakt met een watje op een stokje, zoals deze voor mensenbaby's. Bij abnormale uitvloeiing of wanneer er uit het oor een onaangename geur komt, gebruikt u een goed oorpoeder, zoals dat in diverse merken verkrijgbaar is in iedere goede winkel voor dierenbenodigdheden. Blijkt de uitvloeiing hardnekkig, raadpleeg dan zonder verwijl uw dierenarts.

Bij een jonge hond vergt het gebit weinig onderhoud, zeker wanneer u hem op de juiste wijze voedt, zijn vlees rauw en in grote stukken geeft en hem voldoende zachte botjes verschaft om op te knauwen. Eventueel kunt u het gebit af en toe poetsen met wat geslipt krijt op een bevochtigde tandenborstel, maar nodig is dat nauwelijks. Als de hond aan het wisselen is, doet u er verstandig aan iedere dag even te controleren of het gebit goed doorkomt en of de elementen van het melkgebit vanzelf wel uitvallen. Vooral de hoektandjes willen nog wel eens blijven staan en worden dan door de blijvende elementen slechts opzij gedrukt. Wrikt u er zelf maar liever niet aan. Als het nodig mocht blijken, heeft uw dierenarts ze er in een wip uit.

Maar als uw hond geregeld een zacht botje ter beschikking heeft om op te kauwen, zult u zijn hulp waarschijnlijk niet hoeven in te roepen. Ook de gele aanslag die bij oudere honden vaak optreedt en die meestal een kwalijke reuk met zich brengt blijft dan wel achterwege. Treed hij desondanks op, dan is hij met poetsen gewoonlijk wel te verwijderen, terwijl in hardnekkige gevallen de dierenarts over instrumenten beschikt waarmee hij het zaakje in een oogwenk in orde heeft.

Honden die zelden op harde bodem lopen, hebben vaak (te) lange nagels, en te lange nagels splinteren gemakkelijk en scheuren bovendien vlugger in dan nagels van de juiste lengte. Het beste is dan ook, ze regelmatig bij te houden met de grove ijzervijl. Moet er in een keer veel af, dan hebt u een scherpe nageltang van groot formaat nodig. Deze wordt zo op de nagel geplaatst, dat hij van boven naar beneden snijdt en dus niet nagel zijdelings samen drukt daar dit pijn veroorzaakt en dus ook het werken bemoeilijkt. Pas op, dat u niet het leven raakt, want dat doet eveneens pijn en veroorzaakt bovendien een hardnekkige bloeding. Bij witte nagels ziet u gemakkelijk hoe ver u kunt gaan, maar een Airedale heeft nu eenmaal geen witte nagels, hij behoort ze althans niet te hebben, en dan kan een leek beter een tikje te voorzichtig zijn . De nagel van de vijfde teen van de voorvoet, bij de fokprodukten van slordige of onwetende fokkers, soms ook die van de vijfde teen aan de achtervoet, komt nooit met de grond in aanraking en moet dus wel echt in het oog gehouden worden om te voorkomen dat hij in het vlees zal groeien. Daarom is het gewenst deze overbodige aanhangsels kort na de geboorte te laten verwijderen. Heeft de fokker dit verzuimd en baren zij ongemak, doktert u dan maar liever niet zelf, maar roep de dierenarts erbij.

Een hond, maar zeker een jonge hond behoort vrij te zijn van parasieten, die wij in grote lijnen kunnen verdelen in inwendige en uitwendige. Ze kunnen verdeeld worden, om de zeldzame vormen nu maar even buiten beschouwing te laten, in spoelwormen, lintwormen en oxyura of maden. De eerste , uit twee soorten bestaande groepen is de gevaarlijkste. De laatste de onschuldigste, want alleen maar hinderlijk.

Aan spoelwormen gaan waarschijnlijk meer welpen ten gronde dan de gevreesde hondeziekte. Vaak is de aanwezigheid van deze parasieten al te constateren aan het uiterlijk van het dier, maar lang niet altijd neemt men magerte, een doffe vacht, het abnormaal opgezette buikje, de oprispingen na het eten, het vele drinken, het staan en lopen met opgetrokken rug ernstig, die voorkomen bij deze besmetting en een onbedrieglijk teken vormen.

Een gewetensvol fokker zal de moeder voor en tijdens de dracht een wormkuur geven om te voorkomen, dat de jongen reeds voor de geboorte met spoelwormen worden geinfecteerd. Bovendien zal hij de jongen in de vierde en de zesde week eveneens een wormkuur doen ondergaan, zodat hij er praktisch zeker van kan zijn, dat hij ze schoon aflevert. Het is dan aan u, de nieuwe eigenaar, het diertje ook wormvrij te houden.

De aanwezigheid van spoelwormen is over het algemeen gemakkelijk vast te stellen, omdat ze dikwijls met de uitwerpselen mee naar buitenkomen of zich in braaksel bevinden.

Maar het feit dat u geen spoelwormen in de ontlasting vindt en dat uw jonge hondje niet braakt of althans langs deze weg geen spoelwormen verwijdert, wil nog niet zeggen dat hij er vrij van is. De spoelworm is 3 tot 8 cm. Lang, lichtrood, geelachtig of wit van kleur, 1 tot 2 mm dik en zoals de naam al zegt, spoelvormig. Gevaarlijk voor uw viervoeter is ook de lintworm, die in verschillende soorten kan voorkomen. Zijn aanwezigheid is vaak vast te stellen aan de rijpe leden die met de ontlasting meekomen en die er bij de meest voorkomende soort uitzien als meloenpitten, zij het dat zij de eerste ogenblikken van hun verblijf in de buitenlucht nog flauwtjes bewegen. Deze soort wordt overgebracht door vlooien, een reden te meer om uw hond vrij te houden van dit ongedierte. Ten aanzien van een lintwormkuur dient u in ieder geval uw dierenarts te raadplegen.

Onschuldiger dan de lintworm en spoelworm zijn de vrij zeldzaam voorkomende oxyura, de witte, draadvormige wormen die zich in de endeldarm ophouden. Ze worden van 5 tot 8 cm lang en veroorzaken een heftige jeuk, waarvan de hond zich probeert te bevrijden door bijten of sleetjerijden: zich, met zijn achterste op de vloer zittend, met behulp van zijn voorbenen voortbewegen. Dit kan echter ook wijzen op verstopte of ontstoken anaalklieren. Een klysma van in gekookte knoflook wil meestal wel helpen, mits men de behandeling met tussenpozen van enige dagen een paar maal herhaalt.

De uitwendige parasieten kunnen we verdelen in vlooien, luizen, mijten en teken.

Op vlooien die niet alleen fungeren als overbrengers van de lintworm, die zij tot tussengastheer dienen, maar tevens door het krabben en bijten waartoe ze de hond aanzetten, aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van hardnekkige uitslag en eksemen, moeten wij onze viervoeter vooral in de warme zomerdagen regelmatig onderzoeken. Er zijn talrijke bestrijdingsmiddelen in de handel. Degene die DDT/HCH bevatten, moet ik u met klem ontraden, ongeacht de aanbeveling op de verpakking.

Wilt u de springertjes afdoende bestrijden, dan zult u tegelijkertijd de mand van de hond, zijn matras, zijn nachthok en wat dies meer zij moeten ontsmetten.

Door een zgn. Vaponastrip (Shell Chemie) op te hangen in de vertrekken, waar de hond het meest verblijft, bestrijd u vlooien en luizen op afdoende wijze.

Tegen luizen, de hond wordt door twee soorten bezocht, is er geen beter middel dan een bad met de eveneens HCH bevattende Hexazeep.

Van de mijten komen vier soorten voor. De gewone schurftmijt, die scabies(schurft) veroorzaakt, maakt het noodzakelijk de dierenarts in consult te roepen. Denk niet dat uw hond onmogelijk schurft zou kunnen hebben. Ook het best verzorgde exemplaar kan ermee besmet blijken, als hij maar een ogenblikje gespeeld heeft met een geinfecteerde soortgenoot. In tegenstelling tot de nog steeds algemeen verspreide opvatting, is schurft niet alleen zeer goed te genezen, maar dit zelfs binnen enkele dagen, althans in de meeste gevallen.

De mijt die de zgn. rode schurft of jeugdschurft veroorzaakt, levert een typisch probleem op. De aandoening die hij teweeg brengt is zelden ernstig te noemen, maar bijna altijd hardnekkig. In dit geval de dierenarts raadplegen; ook hij heeft dit probleem nog niet voor de volle 100% onder de knie, maar hij weet er in ieder geval meer van dan u. Ook de oorschurft wordt veroorzaakt door een mijt. Het is een onschuldige, maar voor het dier buitengewoon hinderlijke aandoening, waarvan de behandeling betrekkelijk simpel is, mits hij onder leiding van een dierenarts plaatsvindt.

In de zomer zal uw hond bij een wandeling in de vrije natuur herhaaldelijk een of meer teken oplopen, vooral wanneer de weg door een streek met veel eiken hakhout leidt of door de duinen.

Over het algemeen zult u deze dieren, die net als de mijten tot de spinachtige behoren, pas ontdekken als ze zich al goeddeels vol hebben gezogen en buiten de vacht uitsteken. Trekt u ze vooral niet zonder omslag los, want dan blijft in de meeste gevallen de kop met de bijtende monddelen in de huid steken en dat kan een verzwering veroorzaken. Wanneer u de parasiet bevochtigt met benzine, aceton, terpentijn, petroleum of desnoods gewone slaolie, laat hij al gauw uit eigen beweging los, waarna u hem verwijderen en verbranden kunt.